Deurne – lessen van een watermeloen.

Een rij van volle karren met veel te veel eten, waarachter mensen met veel gezucht de wegtikkende tijd proberen te overstemmen. Ik sluit achteraan aan. Twee meter verder een bosje aasgieren, ogen afwisselend gericht op de bemande kassa, de onbemande kassa ernaast en de winkelgangen, van waaruit ze snel een tweede kassier hopen te zullen zien opdoemen. Daar zetten ze alles op in, op een prooi met een blauwe polo. Ondertussen groeit de rij achter me. Ik sta er wat onnozel bij, tussen al die karretjes, met in mijn handen een pakje feta en drie limoenen. Ik zoek de blikken van de mensen voor me en ga er stilletjes vanuit dat ze me één voor één voor zullen laten. Zo ging dat namelijk, op dat eiland waar ik gezeten had. Als er drie of vier of vijf mensen -gezellig met elkaar kwebbelend- aan de kassa stonden, elks met zo’n vijf of zes of zeven producten –net genoeg voor die ene dag-, lieten ze me altijd voor. Hier niet, hier gaat het anders. Dat was ik vergeten. Ach. Niet erg. Heb tijd. Ik stuur een vriend van op dat eiland een foto door die ik net getrokken heb, fietsend door mijn jeugd. “Kijk, mijn park! Heerlijk, toch? Het is hier ook zo slecht nog niet. :)” En nee, natuurlijk is het dat niet. De zon schijnt en in mijn fietstas heb ik watermeloen. Een stuk zo groot dat ik er morgen, zelfs als de zon dan niet meer schijnt, nog steeds van zal eten.

De koppen van de gieren schieten naar opzij. Vanuit de gang komt er een mannetje aanlopen en hoera: hij draagt een blauwe polo. De tweede kassa gaat open. Een paar mensen uit mijn rij schieten naar voren, maar gieren hebben vleugels. Wie minder lang wacht, komt eerder aan de beurt – vast een spreuk van de Bond Zonder Naam.

Een paar weken geleden was ik al niet meer op dat eiland, maar wel nog steeds in dat andere land met veel zon en een vreemde taal. Er was daar ook een supermarkt waar mensen ook met volle karren reden en waar ze ook gingen zuchten van zodra er wat onverwachte tijd hun ruimte binnenkwam. Maar er was ook een kassière met een strenge blik. En toen die een nieuwe kassa opende, hield ze met een kordate “de eerstvolgende eerst!” de aasgieren op afstand.

Dit mannetje zegt niets. De rijen zijn herschikt volgens de wet van de wildste en met een glimlach bedient hij de eerste. De watermeloen waar mijn hoofd net nog zo vol van zat, glijdt naar beneden en valt in stukken op de vloer waar ik aan blijf kleven. In mijn lijf gebeurt iets vreemds. Een oud vijandelijk gevoel wringt zich naar binnen. Mijn hart klopt sneller, mijn schouders trekken samen en mijn gezicht verkrampt. Alles… scheut. Zo iets. En elk lichaamsdeel schreeuwt mijn mond toe dat ik een bommetje moet werpen. Een watermeloen ja, bèm, tegen de hoofden van de gieren. Want oké, natuurlijk is dit hier de gang van zaken. Natuurlijk zijn dit onze winkelwetten. En natuurlijk wist ik al dat het zou gebeuren nog voor het gebeurde. Maar hej. Het hoéft niet, toch? Nee. Dus moet ik iets zeggen, nu. Ja. Maar wacht. Wat dan, juist? En hoe? Streng? Ironisch? Of gewoon: oprecht verbouwereerd?

Ja lap, te lang gedacht. Nu is het moment voorbij. Als ik nú nog… ja, dan… dan… nee hè. Ik zwijg. Natuurlijk zwijg ik. Zoals ik ook zal zwijgen als ik straks de tram op wil en acht man zich ertussen wringt. Zoals ik ook zal zwijgen als een moeder op diezelfde tram haar kind een tik geeft. Ik was al gestopt met zwijgen als het niet echt nodig is om iets te zeggen, zoals wanneer ik mensen passeer op straat. Maar straks zal ik dus ook zwijgen als het wél nodig is om iets te zeggen. Ik zal zwijgen, omdat ik bang ben om als enige te praten. Is dát het? Verdomme, ik dacht dat ik hem op dat eiland had achtergelaten. Dat ik voorgoed had afgerekend met de Sociale Angst die heel mijn wezen gevormd heeft, omdat de Belgische straten er geplaveid mee zijn. De angst die het leven in die straten koeler maakt, omdat praten en vragen stellen hier meestal “ongepast” is.

“Goeiemiddag.” Ow, mijn beurt. Nu al. Ik heb nog een kans, als ik wil. Ik kan nog steeds iets zeggen, alleen tegen de kassier, maar dan net iets te luid. Iets à la: “Gek land hier, hè? Doen ze dat altijd, zo voorkruipen aan de kassa?” Haha, alsof ik op vakantie ben. Maar ik ben niet op vakantie. Ik ben niet ergens héén, ik ben terug. Terug in de Belgische straten waarin ik opgegroeid ben. Maar ik heb de afstand van een vreemde. Ik heb een frisse kijk en een verantwoordelijkheid te nemen. Dat mag ik niet vergeten.

Ik heb betaald voor ik het doorhad. Zwijgend. Ik loop naar mijn fiets en open de tassen. Mijn watermeloen -volledig intact- kijkt me teleurgesteld aan. “Sssjjjt”, antwoord ik, “geef me nog wat tijd.”

Ik zei het echt.
Ik sprak.

BPOUJFZCMAAHDvm

Advertenties

4 gedachtes over “Deurne – lessen van een watermeloen.

  1. Pingback: Peren, prei, citroenen & een soulmate – Cafeine

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s